Rozen zijn er in alle vormen: grootbloemige en trosrozen, struikrozen, klimrozen en bodembedekkers. Moderne rassen bloeien vaak de hele zomer door. Volgens de ASPCA zijn rozen niet giftig voor katten en honden, al kunnen de doornen verwonden.
Licht
Minstens zes uur zon per dag.
Water geven
Geef in droge periodes royaal water op de grond, niet over het blad: nat blad geeft sterrenroetdauw en meeldauw.
Voeding
Rozenmest in maart en na de eerste bloei in juni of juli.
Planten
Wortelnaakte rozen plant je van november tot maart bij vorstvrij weer; rozen in pot kun je het hele jaar planten. Plant de veredelingsplaats (de knobbel) net onder de grond.
Snoeien
Snoei in maart, als de forsythia bloeit. Grootbloemige en trosrozen terug tot drie à vijf ogen; verwijder dood en zwak hout. Knip uitgebloeide bloemen af voor nieuwe bloei.
Vermeerderen
Stek in de nazomer een potloodlange tak in de grond; niet alle rassen lukken.
Tip: Ruim gevallen blad met zwarte vlekken op: zo verspreid je sterrenroetdauw minder.
Problemen
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak |
|---|---|
| Zwarte vlekken, bladval | Sterrenroetdauw (schimmel). |
| Witte poederlaag | Meeldauw. |
| Groene of zwarte luisjes op de knoppen | Bladluis; vaak lossen lieveheersbeestjes het op. |
Meer uitleg vind je bij de plantendokter.
Giftigheid: ASPCA Animal Poison Control, lijsten met giftige en niet-giftige planten voor katten en honden. Verzorging: algemene teeltpraktijk; omstandigheden in huis en tuin verschillen.