Een appelboom kan als hoogstam, laagstam, leiboom of zuilappel. De meeste rassen hebben een tweede, gelijktijdig bloeiend ras in de buurt nodig voor bestuiving. Volgens de ASPCA zijn de stengels, bladeren en pitten giftig voor katten en honden.
Licht
Zon, minstens zes uur per dag.
Water geven
Jonge bomen het eerste jaar regelmatig water geven in droge periodes.
Voeding
In het voorjaar compost of fruitboommest.
Planten
Plant wortelnaakte bomen van november tot maart bij vorstvrij weer; bomen in pot het hele jaar. Zet een paal mee voor steun.
Snoeien
Vormsnoei in de winter (december tot maart); verwijder dood hout, kruisende takken en waterloten. Leibomen en zuilen ook in de zomer bijsnoeien.
Vermeerderen
Appels vermeerder je door enten, niet door stekken.
Tip: Kijk bij het kopen naar de onderstam: die bepaalt hoe groot de boom wordt.
Problemen
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak |
|---|---|
| Weinig vruchten | Geen bestuiver in de buurt of vorst tijdens de bloei. |
| Zwarte vlekken op blad en vruchten | Schurft (schimmel). |
| Wormstekige appels | Fruitmot. |
Meer uitleg vind je bij de plantendokter.
Giftigheid: ASPCA Animal Poison Control, lijsten met giftige en niet-giftige planten voor katten en honden. Verzorging: algemene teeltpraktijk; omstandigheden in huis en tuin verschillen.