Dahlia’s komen uit Mexico en groeien uit knollen. Ze bloeien van juli tot de eerste nachtvorst, met bloemen van een paar centimeter tot borden van meer dan twintig centimeter. Ze zijn niet winterhard: de knollen moeten in de winter vorstvrij worden bewaard.
Licht
Volle zon, minstens zes uur per dag.
Water geven
Na het planten pas water geven als er groei is. In de zomer royaal en regelmatig water geven, liefst ’s ochtends op de grond.
Voeding
Werk bij het planten wat compost door de grond en geef in de zomer om de twee à drie weken bloemenmest.
Planten
Plant de knollen van half april tot mei, ongeveer 10 cm diep, met de oude stengel naar boven. Uitlopende planten pas na de ijsheiligen (half mei) buiten zetten. Grote soorten hebben een steunstok nodig.
Snoeien
Knip uitgebloeide bloemen regelmatig af, dan blijft hij bloeien. Na de eerste nachtvorst de stengels tot 10 cm afknippen, de knollen opgraven, laten drogen en vorstvrij en droog bewaren.
Vermeerderen
Deel de knollen in het voorjaar, met aan elk deel een stukje oude stengel met een oog. Stekken van jonge scheuten kan ook.
Tip: Slakken zijn dol op jonge dahliascheuten: bescherm ze in de eerste weken.
Problemen
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak |
|---|---|
| Weinig bloemen | Te weinig zon of te veel stikstof (alleen blad). |
| Aangevreten jonge scheuten | Slakken. |
| Rotte knollen in de winter | Te vochtig bewaard. |
Meer uitleg vind je bij de plantendokter.
Giftigheid: ASPCA Animal Poison Control, lijsten met giftige en niet-giftige planten voor katten en honden. Verzorging: algemene teeltpraktijk; omstandigheden in huis en tuin verschillen.