De vlinderorchidee groeit in de natuur op bomen in Zuidoost-Azië. Daarom staat hij in een doorzichtige pot met schors in plaats van potgrond: de wortels willen lucht en licht. Hij bloeit vaak twee tot drie maanden aan één stuk.
Licht
Licht zonder directe middagzon, bijvoorbeeld bij een raam op het oosten of westen.
Water geven
Dompel de pot eens per week (in de winter eens per tien dagen) tien minuten in kamertemperatuur water en laat hem goed uitlekken. Zilvergrijze wortels betekenen dorst, groene wortels hebben genoeg.
Voeding
Bij elke tweede of derde keer water een halve dosis orchideeënvoeding.
Verpotten
Om de twee jaar na de bloei, in verse orchideeënschors en een doorzichtige pot.
Stekken
Soms groeit er aan de bloeitak een jong plantje (een ‘keiki’). Als dat eigen wortels van een paar centimeter heeft, kun je het apart oppotten.
Tip: Na de bloei kun je de tak afknippen boven het tweede of derde ‘oog’ onder de onderste bloem: vaak groeit daar een nieuwe bloeitak.
Problemen
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak |
|---|---|
| Knoppen vallen af | Tocht, temperatuurschommelingen of verplaatsing. |
| Slappe, gerimpelde bladeren | Te weinig water of rotte wortels. |
| Bloeit niet opnieuw | Te warm ’s nachts; een paar weken iets koeler (rond 16 °C) helpt. |
Meer uitleg vind je bij de plantendokter.
Giftigheid: ASPCA Animal Poison Control, lijsten met giftige en niet-giftige planten voor katten en honden. Verzorging: algemene teeltpraktijk; omstandigheden in huis en tuin verschillen.