De monstera komt uit de tropische regenwouden van Midden-Amerika, waar hij als klimplant tegen bomen omhoog groeit. Jonge bladeren zijn hartvormig; pas als de plant ouder wordt en genoeg licht krijgt, verschijnen de typische inkepingen en gaten.
Licht
Veel licht zonder felle middagzon, bijvoorbeeld een paar meter van een raam op het zuiden of dicht bij een raam op het oosten of westen. Op een donkere plek blijft hij groeien, maar krijgen nieuwe bladeren geen gaten meer.
Water geven
Geef water als de bovenste 3 tot 5 cm van de potgrond droog is, in de zomer ongeveer eens per week, in de winter minder. Laat geen water in de sierpot staan: natte voeten zijn de belangrijkste oorzaak van wortelrot.
Voeding
Van maart tot september elke twee tot vier weken een halve dosis groene-plantenvoeding.
Verpotten
Elke twee jaar in het voorjaar, in een pot die een paar centimeter breder is. Gebruik luchtige potgrond voor kamerplanten, eventueel gemengd met wat schors of perliet. Een mosstok geeft de plant steun.
Stekken
Knip een stengelstuk af met minstens één knoop (het verdikte punt waar een blad en vaak een luchtwortel zit). Zet het in water tot er wortels van een paar centimeter zijn en pot het dan op.
Tip: Luchtwortels mag je in de pot leiden, langs een mosstok laten groeien of afknippen als ze in de weg zitten.
Problemen
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak |
|---|---|
| Gele onderste bladeren | Te veel water of een oud blad dat afsterft. Laat de grond tussendoor beter opdrogen. |
| Bruine, droge randen | Te droge lucht of onregelmatig water geven. |
| Geen gaten in nieuwe bladeren | Te weinig licht of de plant is nog jong. |
Meer uitleg vind je bij de plantendokter.
Giftigheid: ASPCA Animal Poison Control, lijsten met giftige en niet-giftige planten voor katten en honden. Verzorging: algemene teeltpraktijk; omstandigheden in huis en tuin verschillen.