Lavendel is een halfheester uit het Middellandse Zeegebied met grijsgroen blad en paarse, sterk geurende bloemaren. Echte lavendel (Lavandula angustifolia) is winterhard; Franse lavendel (Lavandula stoechas) is gevoeliger.
Licht
Volle zon.
Water geven
Na het aanslaan weinig. Lavendel verdraagt droogte veel beter dan natte voeten.
Voeding
Niet of nauwelijks nodig; arme, goed doorlatende grond is ideaal.
Planten
Plant in april of mei in goed doorlatende grond. Op zware klei: meng zand of grind door de grond, of plant hem iets verhoogd.
Snoeien
Knip na de bloei de uitgebloeide aren af. Snoei in april de plant een derde terug, maar nooit tot in het kale, oude hout: daar loopt hij niet meer uit.
Vermeerderen
Neem in de zomer stekjes van 8 tot 10 cm van niet-bloeiende scheuten en zet ze in zanderige stekgrond.
Tip: Zonder jaarlijkse snoei wordt lavendel houterig en kaal in het midden.
Problemen
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak |
|---|---|
| Kaal en houterig | Te weinig of te laat gesnoeid. |
| Plant sterft in de winter | Natte voeten in de winter, niet de kou. |
| Weinig bloei | Te weinig zon of te rijke grond. |
Meer uitleg vind je bij de plantendokter.
Giftigheid: ASPCA Animal Poison Control, lijsten met giftige en niet-giftige planten voor katten en honden. Verzorging: algemene teeltpraktijk; omstandigheden in huis en tuin verschillen.