De Ficus benjamina is een boom uit Zuid- en Zuidoost-Azië met kleine, glanzende bladeren. Als kamerplant wordt hij één tot twee meter hoog. Hij staat bekend om zijn gevoeligheid voor veranderingen: na een verhuizing laat hij vaak een deel van zijn bladeren vallen.
Licht
Veel licht, eventueel wat ochtend- of avondzon. Bonte vormen hebben meer licht nodig dan groene.
Water geven
Geef water als de bovenste paar centimeter droog is. Zowel uitdrogen als natte voeten leiden tot bladval.
Voeding
Van het voorjaar tot de nazomer eens per twee weken kamerplantenvoeding.
Verpotten
Om de twee à drie jaar in het voorjaar. Grote exemplaren kun je laten staan en alleen de bovenste laag grond vervangen.
Stekken
Topstekken van 10 tot 15 cm wortelen in vochtige stekgrond onder een plastic zak, op een warme plek.
Tip: Zoek een vaste plek zonder tocht en verplaats hem daarna zo weinig mogelijk.
Problemen
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak |
|---|---|
| Plotselinge bladval | Verplaatsing, tocht, kou of onregelmatig water geven. |
| Kleverige bladeren | Schildluis of wolluis; controleer de onderkant van de bladeren. |
| Gele bladeren | Te veel water of te weinig licht. |
Meer uitleg vind je bij de plantendokter.
Giftigheid: ASPCA Animal Poison Control, lijsten met giftige en niet-giftige planten voor katten en honden. Verzorging: algemene teeltpraktijk; omstandigheden in huis en tuin verschillen.