De calla groeit uit een knol en bloeit met een gekleurd, kelkvormig schutblad. Witte calla’s houden van vochtige grond; de gekleurde soorten van een drogere plek. Volgens de ASPCA is de calla giftig voor katten en honden.
Licht
Zon tot halfschaduw.
Water geven
Witte calla: altijd vochtig. Gekleurde soorten: licht vochtig.
Voeding
Eens per twee weken mest voor bloeiende planten tijdens de groei.
Planten
Plant de knollen in april of mei, 5 à 10 cm diep. Buiten pas na de ijsheiligen.
Snoeien
Knip uitgebloeide bloemen weg; laat het blad afsterven in de herfst.
Vermeerderen
Deel de knollen in het voorjaar.
Tip: Overwinteren: haal de knollen voor de vorst uit de grond, laat ze drogen en bewaar ze vorstvrij en droog.
Problemen
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak |
|---|---|
| Geen bloei | Te weinig licht of te weinig rust in de winter. |
| Rotte knol | Te nat bewaard. |
| Bladluis | Spuit af. |
Meer uitleg vind je bij de plantendokter.
Giftigheid: ASPCA Animal Poison Control, lijsten met giftige en niet-giftige planten voor katten en honden. Verzorging: algemene teeltpraktijk; omstandigheden in huis en tuin verschillen.